spelletjes

Toen ik basisschoolkind was, waren er maar 6 klassen. Groep 1 en 2 waren een andere school: de kleuterschool. Groep 3 heette bij ons klas 1. Als we uit school thuis kwamen, elke middag om een uur of vier, dronken we wat en gingen meteen weer naar buiten om daar te spelen. Als er genoeg kinderen in de straat waren, dan tekenden we een grote cirkel op straat met krijt en verdeelden dat in stukken. Vervolgens gingen we allemaal met één voet in ons eigen stuk staan en riep iemand: ik verklaar de oorlog aan… en gooide een bal in de lucht en riep hij of zij een naam. Dan moest diegene die werd geroepen heel snel de bal pakken, terwijl iedereen hard wegrende en zich probeerde te verstoppen achter de rij auto’s in de straat. Als degene die de bal had iemand met de bal wist aan te raken, door te gooien, dan mocht hij een voet in het land van die persoon zetten en dan werd er om zijn voet een krijtstreep getrokken. Zo veroverde de aanvaller met de bal land bij iemand anders. Het spel kon heel lang doorgaan, tot mijn moeder onze namen riep en dat het eten klaar was.

Mijn broers deden ook landje-pik met een zakmes. Ze mochten geen zakmes, maar ze hadden er toch één. Dan tekenden ze met een zakmes een groot vierkant in het zand en verdeelden dat in tweeën. Twee tegenstanders mochten dan om de beurt het mes in het land van de ander gooien en zo het mes stond, zo werd er een streep getrokken en werd het land aan het eigen land toegevoegd. Ook dat spel kon heel lang doorgaan.

Ik vond die spellen heel spannend, maar het duurde lang voordat ik daaraan mee mocht doen, want ik was de jongste van de familie en ongeveer van de hele straat, althans dat voelde zo. Dus ik hield me met andere meisjes bezig met knikkeren, touwtje springen en elastieken. Dat elastieken was heel apart, dan ging je tegenover iemand staan, met een paar meter ertussen en je had samen een lang elastiek om je benen. Een derde persoon ging dan met die twee elastische stukken allerlei figuren maken met de voeten, en soms ook met de handen. Hoe ingewikkelder, soms letterlijk, hoe meer punten je kreeg. Dat kon je ook alleen doen, met een touwtje en je handen. Ik kon een vuurtoren maken en een kop en schotel, en ook een schip. Je kon ook een knoop in het midden van een dubbele draad laten hangen en dan laten draaien, als je dan aan het draad trok, dan begon de knoop te zingen. We maakten ook onze eigen mondharmonica met vloeipapier om een kam heen, alleen kon ik er niet goed tegen, want mijn lippen begonnen vreselijk te jeuken als ik er werkelijk geluid uit kreeg.

Net als nu waren er op het schoolplein tijden van knikkeren en tijden van andere spelletjes. Ik heb ook een tijd met een tol en een zweep gelopen. Dat was heel leuk, dan kon je de hele weg naar school een tol draaiende houden door hem steeds een klap met de zweep te geven. Als je hem de stoep op kon laten springen was je echt heel goed.

Ik kan me herinneren dat we iets soortgelijks ook binnen deden. Met de raderen die uit een kapotte mechanische wekker kwamen. We draaiden de raderen als tolletjes op een stenen bord en deden wie het langst een radertje kon laten draaien. Dat was soms heel spannend en het draaien van de tolletjes gaf een mooi zingend geluid.

twee radertjes uit een mechanische wekker
twee radertjes uit een mechanische wekker

Op de zomeravonden waren mijn broers en zussen heel lang aan het badmintonnen in de straat, soms konden ze langer dan 100 slagen de shuttle in de lucht houden. Dat heb ik nooit gered. De 100 was een soort magische grens. Het was geweldig als je die passeerde. Ik kwam zelfs niet eens aan die grens samen met iemand anders. Ik was er niet zo goed in om de shuttle in de lucht te houden.

Advertisements

3 thoughts on “spelletjes

  1. Leuk.Ik herken alles, behalve het eerste spel. Ik kon wel tot 100 komen met badminton. Geregeld kwam er ook een shuttle in de boom terecht of in de open kofferbak tussen de trays met eieren van de eierboer.

  2. Heerlijk, Frea. Ik beleefde weer even mijn eigen jeugd. Al die spellen. Ook de saamhorigheid. Je speelde gewoon met de hele straat. Ik had een gekleurde houten tol en wij maakten met gekleurd krijt cirkels erop. Als de tol dan draaide kreeg je mooie kleurencombinaties. Heb jij ook nog een diabolo gehad? Zo’n dubbele trechter die je met een touwtje tussen twee stokjes kon
    laten draaien en dan in de lucht gooien en weer opvangen? En een hoelahoep? Wij deden ook bordjetik tot grote ergernis van de mensen waar het straatnaambordje aan de muur hing. Je gooide met een kleine bal naar de muur en riep de naam van iemand die meedeed. Als je het bordje raakte rende iedereen naar de overkant van de straat en weer terug. Degene die geroepen was moest eerst de bal vangen en dan proberen de anderen te tikken. Je was heel veel in beweging toen. Weinig dikke kinderen 😄

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s