In een ziekenhuis geboren

Mijn moeder moest naar het ziekenhuis op vrijdag 27 mei voor controle. Toen zei de dokter dat ze moest blijven. Ze had al veel te lang met mij in haar buik rondgesjouwd. Ik weet niet hoe ze mijn vader heeft ingelicht. Maar hij moest dat weekend voor de andere vijf kinderen zorgen of zorgen dat iemand anders voor hen zorgde. Op zaterdagmorgen om een uur of twaalf werd ik uit de buik van mijn moeder gehaald. Ik was één van de gemiddeld 380 mensen die die dag geboren werden en toevallig weet ik dat Ben Ketting ook op die dag geboren is. Het ziekenhuis heette Parkzicht.

Parkzicht
Parkzicht

Het park waar het ziekenhuis zicht op had, was het Timorpark, later het Churchillpark. Elke zondagmorgen wandelden mijn vader en ik via dit park naar de kerk, dus ongeveer half Den Helder rond. Er was dan letterlijk niemand op straat en wij voerden in dat park de eendjes het opgespaarde oude brood van de hele week. Er was een fontein, waar het licht iedere keer weer anders in scheen. Ik vond de eenden een beetje te brutaal, maar mijn vader zei dat het ook goed was om aan de musjes te denken die ook op het brood afkwamen, dus gooiden we wat voor het bankje waar we zaten, en een stuk achter het bankje waar we dan zaten, waar de vogels in de bomen en heesters woonden.

Timorpark vroeger
Timorpark vroeger

Na het eendjes voeren liepen we naar de kerk, waar ik een glas water op de preekstoel mocht zetten. De zondagmorgens waren de momenten waarop ik mijn vader voor mijzelf had, want mijn moeder en broers en zussen lagen dan nog op bed en kwamen pas naar de kerk als de dienst begon. We kletsten dan over van alles en nog wat. Het best herinner ik me nog de verwondering van mijn vader over de natuur die God geschapen heeft. Het was een soort stilte tussen alle stormen in. Op zaterdag had mijn vader de was gedaan, die door mijn zussen werd opgehangen aan de lange lijnen die over onze achterplaats hingen. Ik werd samen met mijn broer er op uit gestuurd om krentenbroden te kopen, of kippen op de markt, zodat mijn moeder kippensoep kon maken. Die krentenbroden waren gigagroot en toch waren ze ontzettend snel op. Mijn moeder sneed daar dikke plakken van en er gingen dikke plakken roomboter op, bij de koffie. We kochten die broden achterom bij een broodfabriek en niet in een winkel. Toen ik heel klein was, gingen we op zaterdagmorgen na de was ook nog naar de markt om groenten en fruit te halen. Fietstassen vol. Er was altijd reuring en lawaai in het kleine huis waar ik opgroeide, dus die zondagmorgenstilte kan ik me heel goed herinneren. Het hoorde tot de momenten, dat ik mijzelf kon horen praten.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s